donderdag 16 oktober 2014

Verhoog je kwaliteit van oefenen met deze eenvoudige tips

Stel je voor: je hebt gitaarles, je oefent regelmatig en leert gaandeweg steeds meer liedjes kennen. Nu zeggen veel gitaarleraren dat je pas naar het volgende liedje zou moeten gaan als je het geoefende liedje echt beheerst. Hoe kun je nu controleren of je het geoefende ook echt beheerst?

1. Allereerst zou je kunnen testen of je het liedje uit je hoofd kent. Als je het liedje leerde van noten/tabulatuur speel dan zonder blaadje. Wanneer je niet meer afhankelijk bent van je papier zal je muziek veel beter en muzikaler klinken omdat je dan je aandacht kunt richten op hoe je speelt en niet op het bekijken van de volgende noot. Heb je geen bladmuziek erbij maar heb je het op gehoor geoefend met de originele opname erbij, probeer het dan zonder opname te spelen en beluister of het logisch en muzikaal klinkt. In het ideale geval hoor je tijdens het spelen de opname in je gedachten meelopen.
2. In de tweede plaats zou je kunnen testen of je het liedje samen met een andere musicus kan spelen. Je kunt bijvoorbeeld je leraar vragen je te begeleiden. Meespelen met een drumcomputer of metronoom kan ook een goede test zijn. Soms raak ben je ineens kwijt waar je ook alweer was. Soms blijkt dat je niet uit jezelf een noot op het goede moment meer kan spelen en dat de begeleiding je 'afleidt'.
3. Je kunt het geoefende zingen, fluiten of neurieen om te bepalen of je de klank van het liedje voldoende in je hoofd hebt zitten.
4. Je kunt met je voet de maat tikken terwijl je speelt om te controleren of je je tijdens het spelen voldoende bewust bent van de tel en of de onderverdelingen van de tel. Zo werk ja aan de 'ideale drummer in je hoofd'.
5. Een ander prikkelend idee is om een liedje achterstevoren te spelen (uit je hoofd). Door het liedje achterstevoren te leren spelen verbetert je vermogen om, wanneer je het liedje weer in de normale volgorde speelt, vooruit te blijven denken.
6. Je kunt er veel van leren als je een opname van jezelf maakt en deze terugluistert. Soms hoor je dan dat je lange noten te kort speelt of dat je in een snel fragment vertraagd doordat je techniek tekort schiet.
7. Vaak is het lastig om een liedje in een heel ander tempo te spelen. Vooral het heel langzaam spelen wil nogal eens lastig zijn omdat je dan moeilijker het overzicht houdt. Bij sommige leerlingen merk ik dat ze het liedje maar in 1 specifiek tempo hebben geoefend.
8. Speel het liedje eens in een andere toonsoort/maatsoort/mode. Deze tips zijn wat meer voor de gevorderde leerling en vergen veel meer van je kennis en vaardigheid maar kunnen daarentegen weer leiden tot heel mooie en creatieve nieuwe benaderingen.
9. Oefen eenzelfde melodie ook in andere posities: de gitaar is uniek omdat je melodieen op veel verschillende manieren kan spelen. In mijn eigen ervaring kies je vaak voor de jou bekende weg. Als je een beetje onderzoekt kom je vaak op heel goede alternatieven die soms ook nog eens beter klinken.
10. Een nog verder gevorderde aanpak die heel tof is: Zet voor de verandering de metronoom eens niet op de kwartnoot maar op de kwartnoot-punt. Of vat de metronoom op als een moment tussen twee tellen (bijvoorbeeld de 2e zestiende als je bv een funk-slagje oefent). Je test hiermee je ritmische autonomie.