maandag 30 september 2013

Flow en de kunst van het oefenen

Een van de meest leerzame dingen die ik gezien heb in mijn loopbaan als gitaardocent is te merken hoe verschillende mensen met doelstellingen omgaan. Aangezien ik zelf de eerste jaren geen les heb gehad en dus steeds mijn eigen doelstellingen (met vallen en opstaan) heb bedacht is dit een mooie eye-opener geweest. Het formuleren van doelstellingen is een voorwaarde om te ontwikkelen maar heeft ook bijwerkingen. Zo kan een te moeilijke doelstelling het plezier in het oefenen ondermijnen en een te makkelijke doelstelling tot verveling leiden wat ook weer negatief is. Veel van mijn eigen vroege doelstellingen waren erg hoog gegrepen en eenzijdig. In mijn tijd op het conservatorium kwam ik dan ook regelmatig mezelf tegen.

Vooral als een leerling met hoge verwachtingen aan lessen begint en direct heel zelf-kritisch is kan hij zichzelf wat in de weg gaan staan in zijn ontwikkeling. De leerling hoort elk kraakje en rammeltje in zijn spel en wil dat direct oplossen. Ons denkvermogen en daarmee het vermogen om te oordelen staat ons dan in de weg. Je zou de vergelijking kunnen maken met een kind dat leert lopen. Voor een volwassene zijn de eerste stapjes van een kind verre van perfect, sterker nog, het ziet eruit als een volwassene die dronken is! De meeste ouders zullen echter (vanuit inlevingsvermogen) juist heel blij zijn met die eerste 'dronkenmansstapjes'. Vanuit de ontwikkeling van het kind is die 'dronkenmansfase' zelfs essentieel.

Kunnen we ons leren dan wellicht optimaliseren? Natuurlijk! Onderstaand diagram geeft een mooie weergave hoe we onze doelstellingen (challenges) en vaardigheden (skills) zodanig tegen elkaar kunnen uitspelen dat er een situatie van flow ontstaat.



Als docent heb ik me aangewend om bij eerste kennismaking mijn verwachtingen bij een leerling heel flexibel te kunnen aanpassen. Alleen zo kun je aansluiten bij de leerling om zo de progressie optimaal te kunnen maken. Ik zou leerlingen zoveel mogelijk willen aanbevelen om zelf ook flexibel te worden met hun eigen verwachtingen. Heb je wel vijf kritiekpunten op je eigen presteren ("ik speel te langzaam", "het wisselen van greep duurt te lang", "mijn tempo schommelt", "ik raak steeds de verkeerde snaar aan", "bij de tweede greep hoor ik snaren rammelen") kies dan de belangrijkste er (samen met je docent) eens uit en probeer daar een oplossing voor te formuleren. Laat je dan niet afleiden door de overige 4, die komen later. Wanneer je merkt dat het oefenen geen verbetering oplevert, vereenvoudig dan de oefening (kleinere fragmenten, lager tempo etc..). Als je daardoor wel verbetering merkt zal dat je motivatie ten goede komen, let maar op! Je zou dit proces samen met je docent verder kunnen stroomlijnen. Kortom: zoek de flow op. Wees mild voor jezelf. En wees vooral niet bang om de dialoog met je docent op gang te brengen!